Ra, ra, waar blijft het?

Gepubliceerd op 11 september 2026 om 15:35

De Nederlandse biodiversiteit holt achteruit.  Dat heeft meerdere oorzaken. Een daarvan is het gebruik van gewasbeschermings-middelen (pesticiden) in de agrarische sector. De cijferaars van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houden daar hoeveelheden over bij. Natuurliefhebbers opgelet: ze rapporteerden een klein jaar geleden goed nieuws.

Tussen 2020 en 2024 is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw met 22% gedaald. Een imposante, significante daling. Ik zou zeggen: applaus voor de dames en heren boeren en ga vooral door met het nog sneller nog veel verder verlagen van het gebruik.  Maar is het nu ook voor de Nederlandse natuur hiep hiep hoera? Hmmm, een beetje misschien.

Zoals wellicht bekend gaan ook insecten in Nederland snel achteruit. Volgens onderzoek van de Vlinderstichting is bijvoorbeeld het aantal vlinders in Nederland vanaf 1992 gehalveerd. Andere wetenschappers meldden dat de totale biomassa aan vliegende insecten in ongeveer dezelfde periode met circa 75% is afgenomen. De alarmroepen over de afname van bijen en andere belangrijke bestuivers worden luider en luider. En zo verder.  

Het heeft diverse oorzaken. Een daarvan is het agrarische gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.  Ondanks de daling gebruikten alle agrariërs tezamen daarvan in 2024 in totaal 3,9 miljoen kilogram aan werkzame stof. Onder gewasbeschermingsmiddelen vallen verschillende categorieën middelen, zoals herbiciden, insecticiden, fungiciden en middelen tegen slakken. Voor de insecten ga ik ervan uit dat de insecticiden het meest relevant zijn. Volgens het CBS is in 2024 daarvan een kleine 900.000 kg aan werkzame stof gebruikt. Wel een derde minder dan in 2020, maar nog steeds een hoop. Voor de beeldvorming: stel dat het allemaal een stof was, dan zou het genoeg zijn om meer dan 700 miljoen van die huishoudspuitbussen insecticide mee te vullen.

Helaas is dit nog maar de helft van het verhaal. Het CBS houdt namelijk op twee verschillende manieren het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij. De eerste methode berust op het eens in de vier jaar bevragen van een steekproef aan agrariërs over de inzet van de verschillende middelen. Daaruit komen de hierboven geciteerde cijfers.

In samenwerking met de nationale overheid publiceert het CBS ook de hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen die door agrochemische industrie in Nederland worden verkocht. Die moeten dat vanwege registraties en vergunningen jaarlijks rapporteren. In 2024 was dat in totaal 8,1 miljoen kg werkzame stof, waarvan 1,4 miljoen kg insecticiden. Kortom in Nederland wordt tweemaal zoveel aan pesticiden door de industrie aan de sector verkocht dan de agrariërs zeggen te gebruiken.  Dat roept een vraag op. Ra, ra, waar blijft het?

De deskundigen van het CBS weten het zelf ook niet goed:

https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2023/24/vergelijking-afzet-en-gebruik-gewasbeschermingsmiddelen