Het alarmerende natuurnieuws van deze week: De helft van de trekvogelsoorten gaat in aantal achteruit. Een op de negen soorten wordt met uitsterven bereikt. Aldus Vogelbescherming Nederland. Vroeg of laat komt bij dit onderzoek ook het gebruik van pesticiden aan de orde. Daarbij wijst men vaak als eerste naar de agrarische sector. Minder bekend is dat huishoudens ook een behoorlijke rol hebben in het vervuilen van het milieu met dit soort middelen. En de aantasting van de biodiversiteit daardoor.
Hoeveel insecticiden en andere pesticiden jaarlijks door de Nederlandse huishoudens worden gebruikt? Het is niet nauwkeurig bekend of onderzocht. Onderzoek van de Universiteit van Gent uit 2019 komt voor Belgische huishouden tot 13,5 gram werkzame stof per huishouden. Als de Nederlandse 8,1 miljoen huishoudens evenveel gebruiken komt dat neer op circa 109.000 kilogram werkzame stof per jaar. In vergelijking met de kleine vier miljoen kg die de agrarische sector in 2024 zegt te gebruiken (gegevens CBS) lijkt dat mee te vallen. Maar let op.
Diverse insecticiden die de Nederlandse gezinnen gebruiken zijn in het milieu in schadelijke hoeveelheden terug te vinden. Het zijn stoffen uit oa vlooienbanden zoals fipronil en imidacloprid. Ze zijn verboden in de agrarische sector maar mogen wel in vlooien dodende middelen voor honden en katten worden gestopt als diergeneesmiddel. Nu leven er in Nederland zo’n 2 miljoen honden en 3 miljoen katten. Jaarlijks gaan er dan ook heel veel vlooienmiddelen over de toonbank. De exacte hoeveelheden worden niet bekend gemaakt, maar volgens sommige schattingen omvat het tot zo’n 40% van het huishoudelijke gebruik van pesticiden.
Via natregenen, wassen onder de douche, urine, poep, verloren haren, zwemmen en nog zo wat verspreiden de middelen zich via onze honden en katten in het milieu. En ze zijn daarin aantoonbaar. Niet zelden in voor insecten schadelijke concentraties. Het feit dat deze middelen in het milieu slecht afbreken -ze zijn niet voor niets verboden in de agrarische sector- draagt daar zeker aan bij.
Een onderzoeker van de Radboud Universiteit kon de vlooienmiddelen in schadelijke hoeveelheden terugvinden op paardenbloemen in vijftien stadsparken verspreid over Nederland (Buys et al, 2025). Via de ‘Atlas bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater’ is te vinden dat norm-overschrijdende concentraties van deze middelen op ontzettend veel meetpunten in de Nederlandse sloten, beken, meren en rivieren zijn aan te treffen.
Kortom: met ons gebruik van ‘huis-, tuin- en keukenpesticiden’ dragen we zeker bij aan de neergang van de biodiversiteit. De oplossing is simpel: niet meer gebruiken of in ieder geval het gebruik minimaliseren. In overleg met de dierenarts kun je vast tot een betere, milieubewustere strategie komen dan klakkeloos elke maand maar weer een vlooienmiddel toedienen. Vandaar de oproep: Kijk naar je eigen gebruik.
En doe er wat aan.
Wat verwijzingen naar meer informatie.