In Nederland worden ongeveer 3,1 miljoen katten goed van eten voorzien door lieve baasjes. Volgens inventarisaties mogen 60% van deze huiskatten dagelijks naar buiten. Engelse wetenschappers zochten uit dat dit soort huiskatten per maand gemiddeld minstens 1,5 prooi thuisbrengen. Op basis van dit gegeven doden de Nederlandse huiskatten per jaar minimaal 32,4 miljoen muizen, mollen, vogels, kikkers, vleermuizen, hazelwormen, konijnen, hazen en salamanders. Dit is waarschijnlijk een behoorlijke onderschatting, mogelijk met een factor vier of meer. Wat ook het werkelijke aantal, de centrale vraag blijft: Is dat erg?
Laten we voor het antwoord eerst nog wat verder kijken naar de aantallen prooien. Het Engelse onderzoek keek naar de dieren die de aaibare roofdiertjes thuis brachten. Niet elke prooi wordt op de deurmat gelegd, zodat het werkelijke aantal prooien hoger zal liggen. Andere Europese onderzoeken komen sowieso tot het dubbele of nog hogere aantallen. Tot een gemiddelde van 6 prooien per kat per maand aan toe. Australisch onderzoek komt nog hoger uit: 15 prooien per huiskat per maand.
Daarnaast zijn er nog zwerfkatten. Hoeveel dat er in Nederland precies zijn weet niemand. Een studie van de wetenschapswinkel van de WUR kwam in 2015 tot een schatting van tussen de 135.000 en 1,2 miljoen. In principe moeten zwerfkatten hun voedsel volledig zelf vangen. Aan de hand van de dagelijkse eiwitbehoefte, circa 5 gram per kg lichaamsgewicht van de kat, valt af te leiden dat ze tot zo’n drie prooien per dag zouden moeten vangen. Zelfs als we uitgaan van maar 135.000 zwerfkatten, vertaald zich dat in een zwerfkattenmenu van 140 miljoen prooien per jaar.
Of dit alles nu invloed heeft op de biodiversiteit? Daarvoor moet je volgens wetenschappers ook kijken naar de specifieke prooidieren en het voorkomen daarvan. Ongeveer 80% van de prooien van katten zijn muizen, 10-16% zijn vogels en een kleine 1% amfibieën. De rest is overig. Enige variatie is overigens mogelijk. Als het ene prooidier schaars is, kiezen katten makkelijk voor een ander.
Wat betreft muizen: Naar schatting leven er in Nederland zo’n 3 miljard muizen. Of huiskatten nu 25 miljoen muizen per jaar verorberen of vier keer zoveel: op het grote aantal van 3 miljard lijkt dat verwaarloosbaar. Daar is nog wel wat tegen in te brengen. Bijvoorbeeld dat de dichtheid aan huiskatten in de bebouwde kom zo hoog is dat er daar bijna geen muis voor andere dieren overblijft. Je kan ook stellen dat elke muis die door een huiskat wordt gevangen niet beschikbaar is voor een wild dier dat muizen in zijn dieet heeft en dat zijn er nogal wat. Voor de beeldvorming: Met 25 miljoen muizen kun je bijvoorbeeld circa 10.000 kerkuilen een jaar lang voeden. Dat is min of meer de hele Nederlandse populatie kerkuilen.
Tot slot: katten kennen het begrip bedreigde diersoort niet. Ze weten ook niet dat veel vogels in aantal achteruit gaan. Het zou echt veel beter zijn voor de vogelstand als onze huiskatten niet jaarlijks 5 tot 20 miljoen vogels doden. Iedere kat-eigenaar kan daar heel simpel een bijdrage aan leveren. Laat je kat in het broedseizoen, zeg van maart tot juli, niet naar buiten. En de rest van het jaar maar een beperkt aantal uren per dag, bijvoorbeeld alleen overdag van acht tot zes uur. Dat komt de biodiversiteit zeker ten goede.
Wat verwijzingen:
https://mammal.org.uk/blog/feline-the-pressure
https://invasives.org.au/publications/fact-sheet-impact-of-cats-in-australia/